De Nederlandse Bond van Vrijwillige Burgerwachten was een in 1918 opgerichte bond, waarin de Vrijwillige Burgerwachten van de Nederlandse steden samenwerkten.
STICHTING ORANJEWOUD HISTORIE
DE BURGERWACHT
Friesche Burgerwacht Landdag
Reden voor ons om eens te kijken wat we nog meer konden vinden over deze Burgerwachten.
1. Onrust in Europa
Staatkundig is het in heel Europa eind 1918 rumoerig, luidruchtig en revolutionair. In steden als Parijs en Rome waren rellen. Zo ook in Duitsland. Op 10 november 1918 vluchtte Keizer Wilhelm naar Nederland.
Niet alleen werden in Rusland en Duitsland arbeiders- soldatenraden gevormd, maar het leek er op, dat ook ons land door de revolutiegolf getroffen zou worden.
Op 25 en 26 oktober 1918 braken er in de legerplaats Harskamp, door de slechte sociale omstandigheden, soldaten relletjes uit. Hierbij raakten het kantinegebouw en enkele barakken in brand en werd er geschoten. Er vielen geen slachtoffers, maar door de militaire ongeregeldheden is dan het vertrouwen in het leger, als steunpilaar van staatsgezag, aangetast.
Ook in Nederland waren er stromingen die de revolutionaire ideeën voorstonden. Onder andere binnen de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (S.D.A.P.). Hun socialistische voorman Pieter Jelles Troelstra dacht dat de tijd rijp was om ook in Nederland een socialistische revolutie uit te roepen, te beginnen in Rotterdam.
Op 9 november 1918 vond er een gesprek plaats tussen de burgemeester van Rotterdam, Zimmerman en de leiders van de arbeidersvakbond, NVV. (Nederlands Verbond van Vakverenigingen) Doel van dit gesprek was een verzoek van burgemeester Zimmerman om de revolutie zo rustig mogelijk te laten verlopen als het zover was. Omdat Rotterdam een arbeidersstad was met een grote aanhang van de S.D.A.P. en het NVV, dacht de liberale burgemeester Zimmerman dat een eventuele revolutie in Rotterdam zou beginnen en niet kon worden gestopt. Uit dit gesprek putte Troelstra moed en hij riep op 11 november 1918 in Rotterdam de arbeidersklasse op om de macht te grijpen.
De Nederlandse arbeiders waren echter niet zo revolutionair als Troelstra dacht en ze grepen de macht niet.
2. Bijzonder Vrijwillige Landstorm en de Vrijwillige Burgerwacht
De spanning nam snel toe en de regering was in verwarring. Minister-President Hendrikus Colijn was in Londen en werd met een Britse torpedoboot met spoed terug gebracht. Om sterke leiding te geven aan regeringsmaatregelen en om “landelijk een burgerwacht te organiseren onder handhaving van de sinds het begin van de oorlog bestaande Vrijwillige Landstorm”. En zo werd op 13 november 1918 de Bijzondere Vrijwillige Landstorm geboren. De B.V.L. werd een soort Nationale reserve.
Op 23 november 1918 stelt premier Colijn in zijn Memorandum over Vrijwillige Landstorm en Burgerwacht dat de revolutiedreiging nog niet over is.Om die dreiging effectief te kunnen bestrijden moet de overheid steun zoeken bij maatschappelijke organisaties.
Nog geen maand later wordt Nederland getroffen door een grote stakingsgolf. Er breken stakingen uit in het Groningse- en Drentse veengebied. In Amsterdam gaan bijna 5000 metaalarbeiders in staking. In Heerlen komt het werk in de mijnen volledig tot stilstand. Rotterdam krijgt te kampen met stakingen van bakkers en van trampersoneel. En een dreigende spoorwegstaking kan alleen worden afgewend door een forse loonsverhoging. De regering dringt er bij gemeentebesturen op aan om vrijwillige Burgerwachten te vormen.Deze zouden in tijden van onrust ingezet kunnen worden om de plaatselijke politie te assisteren.
Om concurrentie met de Landstorm te voorkomen, geeft de minister van Binnenlandse zaken op 16 mei 1919 de volgende (wervings) regeling uit:
- Dienstplichtige soldaten tot en met 30 jaar kunnen alleen kiezen voor aansluiting bij de Vrijwillige Landstorm.
- Boven de 30 jaar kunnen de dienstplichtigen zich aansluiten bij de Burgerwachten. Maar ook ongeoefende mannen kunnen zich aansluiten.
Dus na de mislukte Revolutiepoging van november 1918 werd een Bijzondere Vrijwillige Landstorm (B.V.L.) opgericht om dienst te doen bij binnenlandse ongeregeldheden. Materieel zijn de Bijzondere Vrijwillige Landstorm en Burgerwacht op 13 november 1918 opgericht, formeel op 6 februari 1919.
Er werden op veel plaatsen in ons land verengingen van Burgerwacht opgericht. Als overkoepelend orgaan werd de “Nederlandsche Bond van Vrijwillige Burgerwachten” opgericht. De Minister van Binnenlandse Zaken stelde een Inspecteur der Burgerwachten aan. Door het Ministerie van Oorlog werd er een Officier-toegevoegd aangesteld. Binnenlandse zaken regelde de financiën en het Ministerie van Oorlog de materiële zaken.
3. De Vrijwillige Landstorm (VL)
Officier Lodewijk Franciscus Duymaer van Twist, lid van de Anti Revolutionaire Partij in de Tweede Kamer, deed met steun van de rechtse- en liberale kamerleden het voorstel daartoe, dat aangenomen werd. Het voorstel had als inhoud: “Een beroep doen op de betrouwbare dienstplichtigen met groot verlof om zich beschikbaar te stellen tot steun aan het wettig gezag, in het bijzonder in Den Haag, de verblijfplaats van het koninklijk gezin en in Rotterdam, de broeihaard van het revolutionair verzet”.
Vanwege het einde van de Eerste Wereldoorlog waren de dienstplichtigen net gedemobiliseerd en konden meteen weer opgeroepen worden. Deze keer niet om Nederland te beschermen tegen buitenlandse vijanden maar tegen het binnenlandse “rode gevaar”.
Mr. J.J. Croles uit Leeuwarden, raadsheer van het gerechtshof, was de man die Friesland bewerkte om vrijwilligers te leveren. Tot diep in de nacht had hij zijn bodes met telegrammen naar de kleinste dorpen van het Friese land gestuurd, zo werd er verteld.
In Sneek sloegen katholieken en antirevolutionairen (ARP) de handen ineen. In het katholieke Sint Josefgebouw kwam op diezelfde dag een actiecomité bijeen, samengesteld uit de besturen van de confessionele partijen, vakorganisaties en een aantal geestelijken. Ook zij begonnen met het werven van regeringsgetrouwe militairen. Sneek speelde een belangrijke rol in de beweging. Het katholieke volksdeel was hier hecht georganiseerd. Tegelijk was Sneek het bolwerk van de ARP.
Toen Duymaer van Twist, na de hele dag in de Tweede Kamer te zijn geweest, thuiskwam, vond hij een telegram van Mr. Croles. Deze schreef dat hij veel geld nodig had en dat een bedrag van f.10.000 (€ 4500) voorlopig genoeg was. Een uur later was het gevraagde bedrag per postwissel al op weg naar Leeuwarden. De Wassenaarse zakenman A.G. Kröller had hiervoor gezorgd in samenwerking met Duymaer van Twist.
4. Orde bewaken in Den Haag
In Leeuwarden werden op 14 november in alle vroegte de talrijk opgekomen soldaten letterlijk de extra exprestrein ingestouwd. Twee locomotieven, versierd met een brede oranje band, trokken de lange rij wagons, die bij elke halte voller raakten. De stemming onder de mannen was ernstig en vastberaden. “Enkelen, geprikkeld nog door de talrijke kwetsingen van nationaal gevoel en Oranjeliefde, waren bepaald strijdlustig”.
Van de Friese vrijwilligers moeten ook de 22 mannen uit Sneek worden genoemd, die met de reservekapitein mr. Pieter Sjoerds Gerbrandy uit Goëngamieden – de latere minister-president tijdens de 2e Wereldoorlog – in de extra exprestrein naar Den Haag trokken.
Uiteindelijk kwamen er 600 regeringsgetrouwe en Oranjegezinde Friese militairen uit de trein stappen in Den Haag. Hier stond Duymaer van Twist klaar om hen persoonlijk van de trein te halen.
Troelstra verklaarde die dag in de Tweede Kamer dat hij in zijn rede van 12 november “nimmer van een staatsgreep had gesproken.” In totaal kwamen er drie- tot vierduizend mannen naar Den Haag om de orde te bewaken tegen de “socialistische oproerkraaiers”. Op 16 en 17 november, tijdens het SDAP-congres, gaf Troelstra toe zich in de machtsverhoudingen te hebben vergist en de revolutie werd afgelast.
5. Huldebetoon aan Koningin Wilhelmina
De Friezen behoorden tot de militairen die de paarden van het rijtuig van de koningin uitspanden en zelf het rijtuig naar het Malieveld trokken. “Hoog boven de geweldige menschenzee uit wapperde de vlag der Friezen” zo staat dat in een gedenkboek uit 1923. Hare Majesteit verzocht haar rijtuig naar die zijde te wenden, waarna de “driekleur met de Friese emblemen als symbolische schuts over het Koninklijk gezin werd heengestrekt”. Het Friesch Dagblad schreef dat Hare Majesteit uit haar rijtuig bij de Friese vrijwilligers met bewogen stem had geroepen: “Lang libje Fryslân”.
6. Meer over de Burgerwacht
Daarna stichtten de Duitsers verwarring door de naam “Landstorm Nederland” in te voeren. De Duitse bezetter misbruikte de vertrouwde naam voor een speciale eenheid van de Waffen-SS in bezet Nederland. Dit waren eenheden die aan de verschillende fronten werden ingezet. De Nederlandse Landwacht was een door de NSB in 1943 opgerichte hulppolitie. De B.V.L. heeft dus niets met de Landstorm Nederland of de Nederlandse Landwacht uit de Tweede Wereldoorlog te maken.
De Bond zorgde, met steun en onder toezicht van een door de regering aangestelde Inspecteur der Vrijwillige Burgerwachten, voor onderlinge saamhorigheid tussen de plaatselijke burgerwachten door o.a. schietwedstrijden, bondsdagen en propaganda te verzorgen.
Ook verleende de Bond landelijke onderscheidingen. (Zie punt 7)
De organisatie van de Vrijwillige Burgerwacht
De organisatie van de verenigingen Burgerwacht was samengesteld uit klassen, ploegen, vendels en afdelingen.
De hiërarchische opbouw van laag tot hoog was als volgt:
- Burgerwacht 1e klasse
- Ploegcommandant
- Vendelcommandant
- Hopman
- Hoofdman
- Ondercommandant
- Commandant
Het bestuur van de vereniging bestond uit minimaal vijf leden. De commandant of de hopman maakten deel uit van dat bestuur. De bestuursleden werden gekozen op de ledenvergadering van 1 mei. Ieder jaar op 1 mei trad één derde van het bestuur af. Zij waren herkiesbaar.
Leden van de burgerwacht moesten de volgende eed afleggen:
“Ik zweer (beloof) mijn plicht als lid der Burgerwacht getrouwelijk te zullen vervullen en in dienst de bevelen mijner meerderen in rang stipt te zullen opvolgen.”
Van de aflegging van elke eed of belofte werd proces-verbaal opgemaakt en ondertekend door de voorzitter van de vereniging en het betrokken lid. Het proces-verbaal werd in het archief bewaard.
De Burgerwacht had ten doel binnen de gemeente het wettig gezag te steunen bij het bewaren van orde en rust, zij stond daarvoor ter beschikking van de burgemeester.
Het doel van de Burgerwacht diende te worden bereikt door;
- Tegen bedreigers gewapend op te treden.
- Burgerlijke diensten te verrichten.
Om deze taken uit te kunnen voeren hielden de leden van de Burgerwacht regelmatig oefeningen in het gebruik van wapens. Ook namen zij deel aan de jaarlijkse gewestelijke schietwedstrijden voor burgerwacht.
Onderscheidingen van de Burgerwacht
Kruis van verdienste
Het is een vijfarmig zilveren kruis met een breedte van 37 millimeter. Op de armen van het kruis is de afkorting “N/B/V/B/W” te lezen. In het midden is een rond schild geplaatst waarop een klimmende leeuw met zwaard en pijlenbundel is afgebeeld. Het kruis hangt aan het lint van een zilveren stedenkroon.
Er zijn twee verschillende modellen van dit kruis. Het verschil zit in de bevestiging van de kroon en de ophanging:
- Model 1: De kroon is door middel van losse ringetjes aan de bovenste arm van het kruis bevestigd. De ophanging is een ring, welke aan de achterzijde van kroon is gesoldeerd en waardoor een andere ring loopt, waar het kruis mee aan het lint hangt.
- Model 2: De kroon zit vast aan het kruis door middel van een brugstukje. De ophanging is een ring, welke aan de achterzijde van de bovenste kruisarm is gesoldeerd en waardoor een andere ring loopt, waarmee het kruis aan het lint hangt. Omdat de kroon daarmee ver boven het begin van het lint hangt, is deze voorzien van twee pennen, waarmee zij op het lint kan worden vastgedrukt.
Het lint, 37 millimeter in breedte, is verdeeld in vijf gelijke banen in de volgorde wit, lichtblauw, wit, lichtblauw en wit.
Medaille voor bijzondere toewijding
Het is een ronde bronzen medaille met een middellijn van 41 millimeter. De voorzijde vertoont een rond schild met daarop een klimmende leeuw met zwaard en pijlenbundel. Rond dit schild zijn de wapenschilden van de (toen elf) Nederlandse provincies geplaatst: (van midden boven met de klok mee) Noord-Brabant, Groningen, Overijssel, Gelderland, Friesland, Limburg, Drenthe, Noord-Holland, Zeeland, Zuid-Holland en Utrecht. De keerzijde toont een krans van oranjeloof waarbinnen, langs de binnenrand van de krans, de tekst “NEDERL: BOND VAN VRIJWILLIGE BURGERWACHTEN” te lezen is. Horizontaal in het midden geplaatst is de tekst “AAN ….. VOOR BIJZONDERE TOEWIJDING” te lezen. Op de lege plaats kon de naam van de begiftigde gegraveerd worden. Het lint, 37 millimeter in breedte, was wit met op 3 millimeter van de boorden een donkeroranje streep van 7 millimeter breed.
Kruis voor Schutterskoning / Koningschutter
De onderscheiding kon worden toegekend in meerdere graden, welke elk hun eigen eisen hadden.
- Koningschutter 2e klasse – Deze diende te voldoen aan: twee series juistheidvuur, elk van 5 patronen en elke serie met minstens 45 punten en geen lager schot dan 8 punten in een van die series; twee series tijdvuur, elke van 6 schoten en elke serie met minstens 50 punten binnen 30 seconden.
- Koningsschutter 1e klasse – Deze diende te voldoen aan: twee series juistheidvuur, elk van 5 patronen en elke serie met minstens 48 punten en geen lager schot dan 9 punten in een van die series; twee series tijdvuur, elk van 6 schoten en elke serie met minstens 55 punten binnen 30 seconden.
- Schutterkoning van een lokale burgerwacht – Elk jaar kunnen de schutterskoningen 1e klasse van het voorgaande jaar meedingen voor deze titel. Hiertoe dient hij in een tijdsbestek van zes weken vier series juistheidvuur en vier series tijdvuur verschieten. De commandant van de betreffende Burgerwacht bepaald de beste twee verschoten series en kent de titel ‘Koningsschutter der Burgerwacht’ toe, mits de kandidaat dat jaar tevens minstens in aanmerking kwam voor de graad van Koningsschutter 2e klasse.
- Schutterkoning van de Kring – Uit de plaatselijke Schutterkoningen wordt degene met het beste gemiddelde binnen een Kring Schutterkoning van de Kring.
- Schutterkoning van het Gewest – Gekozen uit de beste Schutterkoningen van de Kringen.
- Schutterkoning van Nederland – Uit de besten van de Gewesten wordt de beste Schutterkoning gehaald die dan de titel van Schutterkoning van Nederland mag dragen.
Het Kruis voor Koningschutter is een 38 millimeter brede, blauw geëmailleerde, vijfpuntige ster, geplaatst over een vijfhoek bestaande uit stralen. In het midden van de ster is een bastion geplaatst, waarover de linksgewende leeuw uit het Nederlandse Rijkswapen en twee gekruiste geweren. De keerzijde is vlak. De ophanging van het lint is een ring, welke aan de achterzijde van de bovenste arm is gesoldeerd en waardoor een andere ring loopt, waar het kruis mee aan het lint hangt.
Het lint is 25 millimeter breed en verdeeld in vijf banen: oranje (6 mm) – wit (4,5 mm) – blauw (4 mm) – wit (4,5 mm) – oranje (6 mm). De uitvoering van het kruis was voor de verschillende graden als volgt:
- Voor Koningsschutters 2e klasse het kruis in zilveren uitvoering
- Voor Koningsschutters 1e klasse het kruis in vergulde uitvoering
- Voor een Schutterskoning van een lokale burgerwacht wordt het kruis van koningsschutter 1e klasse aan een halslint in de kleuren van de betreffende gemeente gedragen
- Voor een Schutterskoning van een kring wordt het kruis van koningsschutter 1e klasse gedragen aan een sjerp ‘en é‘ in de nationale kleuren
- Voor een Schutterskoning van een gewest wordt het kruis van koningschutter 1e klasse gedragen als voor een kring, doch met het lint voorzien van een geborduurd provinciewapen
- De Schutterskoning van Nederland ontvangt van de Bond een zilveren schild als wisselprijs, waarop zijn naam is gegraveerd, en als persoonlijke prijs een grote zilveren penning.
De foto’s uit het fotoboekje:
Literatuur bij punt 7:
Bax, dr. W.F. (1951). De Nederlandse ridderorden en onderscheidingen. Rotterdam/’s-Gravenhage: Nijgh & Van Ditmar N.V., p. 45.
Meijer, H.G., C.P. Mulder & B.W. Wagenaar (1984). Orders and Decorations of the Netherlands. Venray: eigen uitgave, p. 86.
Wagenaar, B.W. (2003). Vrijwillige Burgerwacht 1918-1940, Metalen Herinneringstekens. Venray: H.G. Meijer, p. 38-46.
Wilschut, E. (2019). Onderscheidingen van de Nederlandse Bond van Vrijwillige Burgerwachten en onderscheidingen toegekend door de Inspecteur der Burgerwachten (1919-1940). Zeist: Studiekring Ridderorden en Onderscheidingen.
Bronnen:
- Historische kring Baflo
- WOS.nl Streekhistorie; De burgerwacht van 1918 tot 1940
- Fries Fotoarchief Tresoar
- Vrijwillige-Landstorm-Het-Landstormblad-1937.pdf
























