Het ‘Rijkstolhuis’ stond vóór 1842 op een terrein, dat nu behoort tot de tuin van ‘Blau Hûs’ en is toen verplaatst naar het beginpunt van de Koningin Julianaweg (eindpunt Burgemeester Falkenaweg). Tussen 1920 en 1930 is het afgebroken omdat het “het moderne verkeer in de weg stond”. Vlak daarnaast – aan de overzijde van de toenmalige Oranjewoudster zandweg, thans ‘Koningin Julianaweg’ – stond het particuliere tolhuis voor die weg. Dit huisje staat er nog en is bekend door zijn pilaren. Beide tollen zijn in de negentiger jaren van de 19e eeuw opgeheven.
Gegevens bouw
Bouwjaar: 1842
Opdrachtgever: Van Bieruma-Oosting, Oranjewoud
Aannemer: fa. G.G. Brouwer, Oranjewoud
Nijskjirrich
U wordt bedankt. U kunt wel gaan
Het nut van tol
Over het heffen van tol zijn er in de geschiedenis landelijk en regionaal ontzettend veel voorbeelden te vinden. Wanneer Friesland halverwege de achtste eeuw onder Frankisch gezag komt te staan, wordt grondbezit in begrensde percelen toegekend aan individuele gezinnen. Het grondgebruik wordt toegewezen door de keizer. Dit kan ook het recht op tol heffen èn muntslag inhouden.
ln de vijftiende eeuw dreigt het hele systeem uit de hand te lopen. Op de vaarwegen wordt in élk dorp en élke stad tol geheven. Tol is bedoeld om de kosten van de investeerder te dekken en om er wat aan te verdienen. Maar de wildgroei wordt zó groot dat het de handel dreigt te belemmeren. Er komen vrijstellingen tussen dorpen en steden. De toltarieven zijn willekeurig, naar keuze van de lokale heren. Algemene afspraken zijn er nog niet. In 1815 is het heffen van tol bij de Grondwet geregeld. Koning Willem 1 heeft het toezicht op Waterstaatszaken en wegen. Eens per drie jaar worden de tarieven bekeken.
Het Tolhuis (Adema’s tol)
Particuliere tollen zijn in die tijd geen vreemd verschijnsel in Heerenveen en omgeving. Zo heb je het privé-tol van E.C. de Jong in de Oudewegsterpolder in Gersloot (1809-1836). Bij de Nieuweschoterbrug in de Engelenvaart staat in die tijd ook een tolhuis.
In 1840 doet Mr. Lollius Adema een flinke investering door de oude Leidijk te laten herstellen. Deze leidijk loopt vanaf het witte brugje van zijn buitenverblijf Klein Meerzicht naar de Rijksstraatweg. Dit betekent de aanleg van een zandweg, de huidige Koningin Julianaweg. Voor het heffen van tol en het bouwen van het tolhuis krijgt Adema toestemming van koning Willem 1. De tarieven zijn Rijkswege vastgesteld en gebaseerd op wat er aan verkeer aan voorbijtrekt. Het aantal paar wielen, het aantal dieren en het soort dier. Het is betalen en weer doorrijden: “U wordt bedankt. U kunt wel gaan”.
In 1848 komt Adema in de problemen en boerderij Meerzigt, het buiten Klein Meerzicht, de tolweg en de tolgaarderswoning worden te koop aangeboden. De bekende ‘buikspreker’ Simon Lantinga wordt de nieuwe eigenaar van Klein Meerzicht. Het tolhuis gaat over naar meerdere eigenaren. In 1902 komt het tolhuis in handen van de familie Bieruma Oosting, waarna het in 1961 gemeente-eigendom wordt. De tolboom en het tolhek zijn dan al buiten gebruik geraakt.
In 1974 wordt er een makelaarskantoor in gevestigd en in 1989 krijgt het pand de status van Rijksmonument. In 1999 wordt het onwelkome plan gelanceerd om een soort ‘serre-achtige’ kantoorruimte aan het pand te bouwen.
In Nederland is er geen particulier bezit van wegen of vaarwegen meer. Tol heffen komt vrijwel niet meer voor in Nederland. Als we er mee te maken krijgen, dan is dat tijdens vakantie in het buitenland.




