Gegevens bouw

  • Bouwjaar: ca. 1926
    Opdrachtgever: Jan Bieruma Oosting

Nijskjirrich

Op dit adres was vroeger de grootste kwekerij van de laan gevestigd, die van de familie Postma. Postma nam de kwekerij over van Geale de Vries, die zijn bedrijf verplaatste naar de Koningin Wilhelminaweg (op het zelfde perceel vestigde schaatsfabriek Nijdam zich).

Op 27 maart 1954 kwam er een definitief einde aan de kwekerij van Postma en kwam er een advertentie in de Friese Koerier waarin het ‘boelgoed’ met de gehele kwekerij-inventaris werd aangekondigd.

Vijf jaar na het beëindigen van zijn kwekerij, in januari 1959, overleed de heer Postma heel plotseling tijdens een wandeling:

Het huisje aan de Van Bienemalaan 9. Op deze foto is achter het huis de nieuwbouw van 'Scouting Hiem' op nr. 7 nog juist zichtbaar.

Na de Postma’s kwam de familie Bos op nummer 9 te wonen. De heer Bos was rijwielbewaarder aan het station van Heerenveen.
We vonden een paar leuke advertenties uit die tijd.

De laatste bewoner van de Van Bienemalaan nummer 9 was de heer Willem Hoogenberg, in de volksmond “Zwarte Willem”.
Nadat de heer Hoogenberg kwam te overlijden stond het huisje lange tijd leeg.

Pand Oranjewoud wordt gesloopt

Opknappen blijkt te duur

Op woensdag 9 februari 1975 verscheen dit artikel van Roland Schrijvers in de Friese Koerier.

ORANJEWOUD – Het op de foto afgebeelde huisje aan de Van Bienemalaan 9 te Oranjewoud is gedoemd te verdwijnen. De gemeenteraad van Heerenveen heeft onlangs ingestemd met de sloop van het pand. Hoewel menigeen dit betreurt, heeft men begrip voor de onvermijdelijkheid van dit besluit; er valt weinig eer meer aan het huisje te behalen. In het verleden mag men door het dichttimmeren van ramen en deur hebben geprobeerd onwelkome gasten buiten te houden, dit mocht niet baten

Langs de achterzijde heeft men vrije toegang tot in elk hoekje van het naast “Scouting Hiem” gelegen huis. De houten schuur aan de achterkant biedt enkel nog enige beschutting tegen de regen. De wanden zijn voor het grootste deel gesloopt en de wind heeft er vrij toegang. Wie zich er begeeft, bevind zich op een met glasscherven bezaaide vloer. Achter deze schuur, in de tuin, bevindt zich op een hoop bijeen geveegd het restant van eens in het huisje stond: een bruin bankstel van, een kookplaat, uit het huis afkomstig houtwerk, schoenen, conservenblikjes en ander afval, gordijnrails, en wat dies meer zij.

Restanten

Gaat men verder het inmiddels bouwvallige huisje binnen, dan komt met in het voormalige keukentje, met het plafond zo laag, dat zelf een verhoudingsgewijs klein persoon het zo met de hand kan aanraken. De restanten van een aanrecht met kastjes geven aan, dat hier eens een keuken was. Voor de rest doet niets daar meer aan herinneren. Treedt met verder naar binnen, dan komt men in de achterkamer. Planken en glasscherven bedekken wat voor de laatste bewoner als vloerbedekking gold. Een vernielde kachel staat in een andere hoek van de kamer dan de schoorsteen. De jeugd heeft het huisje weten te vinden en zich er over ‘ontfermd’. Eenzelfde beeld biedt het zijkamertje in het huisje.

Ofschoon er nog geen slopershamer aan te pas is gekomen, biedt de voorkamer het beeld alsof dat wel het geval is geweest. De twee vroegere bedsteden vormen door het verwijderen van de bodem één geheel met de onderliggende kelder. De indruk wordt gewekt alsof nabestaanden van de laatste bewoners vermoedden dat er nog ergens geld verstopt heeft gelegen en men geen mogelijke schuilplaats onondekt wilde laten.

Dat beeld zet zich voort als men naar boven gaat. Gaten in het dank, ten dele moedwillig aangebracht, maken dat de seizoenen hun invloed ook binnenshuis hebben doen gelden. Voorts liggen er vullingen van kapokmatrassen verspreid. De opstelling van wat rest aan beddengerei doet vermoeden dat jongelui er ter lering en vermaak vadertje en moedertje hebben gespeeld.

Belangstelling

Wat rond 1850 als een degelijke, zij het een-steens, woning is neergezet is verworden tot een bouwval. Het is niet dat niemand zich er iets aan gelegen heeft gelaten. Zo heeft Plaatselijk Belang zich ingespannen het karakteristieke turfstekerswoninkje te behouden, omdat er best wel belangstelling voor was. Met name jonge mensen uit Oranjewoud zagen er wel wat in, zo blijkt uit de woorden van de voorzitter van Plaatselijk Belang, de heer Sipke van Dijk. Alle goede wil echter ten spijt, er valt geen eer meer aan te behalen. Zeker f 50.000 is nodig om een en ander weer in het gerede te brengen, welk bedrag in de huur moet worden doorberekend, wat een verhoudingsgewijs veel te hoge huur zou opleveren.

Een van de mensen die zich nauw verwant voelt met het huisje is de thans op de Van der Sluislaan te Oranjewoud woonachtige heer Mintje de Vries. Hij is 64 jaar en het betreft zijn geboortehuis. Zijn over-grootvader Geale de Vries – bijgenaamd de boomsnoeier – woonde er reeds. Zijn grootvader was bosarbeider in Oranjewoud en die woonde er ook. Zijn vader – werkzaam bij de Zuivelfabriek in Oudeschoot – woonde er eveneens.

Tot zijn dertiende woonde de heer Mintje de Vries op de Van Bienemalaan 9. Toen begon zijn vader een tuinderij aan de Wilhelminaweg. Dat was in 1931. De familie Postma kwam toen in het huisje te wonen. Hoewel de grond daarvoor niet het meest ideaal was ging men door met de kwekerij die de heer De Vries daar begonnen was. Zoon Anne Postma nam het bedrijf later over. Na de familie Postma kwam de familie Bos er te wonen in het nu te slopen pand. De heer Bos was rijwielbewaarder aan het station van Heerenveen, zo leert het gesprek met de heer Mintje de Vries. Als laatste woonde er de heer Willem Hoogenberg, in de volksmond “Zwarte Willem”. Hij kwam vorig jaar op 82-jarige leeftijd te overlijden, sinds welk moment het huisje leegstaat.

Achterhaald

De dakkapel op de zuidkant van het huisje was er oorspronkelijk niet. Het eerste van de twee op de foto zichtbare ramen aan de zuidkant was oorspronkelijk een deur. Zo wordt alles achterhaald door de tijd, want binnenkort rest er niets meer. Er stonden vier van dergelijke huisjes naast elkaar in het verleden. Het was er gezellig zo geeft de heer De Vries aan. “Weet je wat het is, men had er vroeger een gemeenschap. Het was ronduit armoe, dus men was wel gedwongen tot het in stand houden van een gemeenschap’.

Blijkens de voor u ter inzage zijnde stukken zijn de sloopkosten voor het pandje geraamd op f 2500 exclusief omzetbelasting, waarbij de afkomstige materialen eigendom worden van de sloper. Wij stellen u (…) voor het benodigde krediet van f 2500 plus omzetbelasting beschikbaar te stellen. Commissie voor de openbare werken en financiën, ter zake gehoord, kunnen met ons voorstel verenigen. De Burgemeester en wethouders in raadsstukken voor de afgelopen raadvergadering.

Aldus geschiedde.

Niet alle woningen waren eigendom van Oosting, zo schrijft Anders Japiks later aan de hand van een reactie op zijn artikel:

“No noch wat oars. Ik ha skreaun, dat alle húskes oan ‘e Bienemaleane eartiids fan Oosting wiene. Mintsje de Vries, de soan fan túnker Geale de Vries silliger, makke my derop attint, dat soks net hielendal wierheid wie. It lêste húske yn’e leane, nr. 9, wie nammentlig eartiids fan syn pake, dêr’t hy syn namme fan oerkrige hat. Letter hat de neamde Geale de Vries nog in skoft eigner fan hûs en grûn west, mar doe’t er in lape grûn tusken it hjoeddeiske Flewielen leantsje en de Marktwei kocht hie, om dêr mei de túnkerij te begjinnen, hat er it húske oan de Oostings ferkocht”.

Tijdlijn

----

Tips of meer informatie?

Graag! Uw bijdrage is zeer welkom. Neem contact met ons op.