STICHTING ORANJEWOUD HISTORIE

KLAAS BERGSMA

Alias Claudio Berry

– Een legendarisch figuur uit Oranjewoud –

Door: Ingrid Struijk

Op 9 oktober 1936 zag Klaas Bergsma, want zo was zijn werkelijke naam, het levenslicht in De Knipe. Maar de zware bevalling kostte het leven aan zijn moeder. Klaas zijn vader hertrouwde enige jaren later met weduwe de Jong, die in het Jagershûs naast de Princenhof woonde, met een paar kleine kinderen. Zo kreeg Klaas er gelukkig wat halfbroertjes en – zusjes bij.

 Ik heb zelf Klaas persoonlijk gekend, maar moest om zijn levensverhaal te schrijven wel te rade gaan bij mensen die hem heel goed hebben gekend. Halbe Mulder (95), die zo’n 30 jaar in Oudeschoot woonde, een levensmiddelenbedrijf had in de Rozenstraat en connecties  op Oranjestein, heeft mij heel veel informatie gegeven over Klaas, die als het ware was ingelijfd bij de familie Mulder. Daarvan vertelt ook Hendrik (Henk) Mulder, een omke-sizzer van Halbe, die vele jaren bevriend was met Klaas en “wel een boek over hem kon schrijven”. Ik zeg dat het op twee A4-tjes moet passen…

Klaas Bergsma in 1983 op de foto voor een interview in Frysk&Frij. (klik op de foto om het artikel te downloaden)
De idillische woning aan de Marijke Muoiweg uit 1869 waar Klaas Bergsma woonde

De Prins van Oranjestein

Over zijn jeugd kunnen wij niet zoveel vertellen, maar al jong, op 15-jarige leeftijd, wordt Klaas tuinman op landgoed Oranjestein, en dat werk – hoewel de inhoud ervan in de loop der jaren veranderde – heeft hij tot zijn dood gedaan. Aanvankelijk waren de Bieruma Oosting s zijn werkgevers. Na hun dood erfde mevrouw De Beaufort-van Sminia het landgoed. Klaas kon het heel goed vinden met de heer des huizes. Mijnheer De Beaufort was predikant in Genève en om die reden slechts enkele maanden per jaar op het landgoed . Tuinman Klaas deed zijn werk graag en dat kon je ook horen: waar hij ook kwam, hij was aan het zingen en  fluiten. Hij noemde zichzelf “Prins van Oranjestein”, maar in de herfst veranderde die functie, volgens hemzelf, in “Bladeroloog”.

DEN SOETEN INVAL

Opvallend was dat Klaas een enorme aantrekkingskracht had op de honden van het landgoed. Was je je hond kwijt, dan moest je Klaas opzoeken… Die aantrekkingskracht had hij niet alleen op honden, ook de mensen in zijn omgeving mochten hem graag. Iedereen wist dat bij Klaas in zijn tuinmanshuisje – hij woonde inmiddels op het landgoed, in het kleine huisje aan de Marijke Muoiwei 4 – elke morgen de koffie klaar stond. Het was bij hem net den soeten inval. Er werd gelachen en gezongen. Veel gezongen. In het Frysk fansels. En Klaas speelde er gitaar bij. Op alle foto’s die ik van hem te zien krijg heeft hij wel een gitaar vast.

Muzikale carrière

Henk en Willy uit Oranjewoud waren een jong stel en kind aan huis op Oranjestein. Ze vonden het leuk om mee te zingen als Klaas gitaar speelde, en ziedaar: het trio Pro Deo was geboren. Ze traden gratis op voor bejaardenhuizen en verenigingen en hadden veel lol samen.  Het trio heeft het zo’n 20 jaar volgehouden, wat wel aangeeft hoe hecht de band was! Solo-optredens gaf Klaas ook, onder zijn artiestennaam Claudio Berry. Hij heeft aan menige talentenjacht meegedaan en ook veel prijzen gewonnen.

Cabaret

De ijsclub vierde zijn 75-jarig bestaan. Voor dat feest droegen Klaas en Henk hun steentje bij aan een revue. Het was een weergaloos succes. Enige tijd later bestond de Albertine Agnesschool 100 jaar en verzorgden zij weer een optreden. Dat zouden ze hierna nog twintig keer herhalen; het Cabaretselskip It Wâld was geboren. En deze club heeft, weliswaar in wisselende samenstelling, wel 25 jaar bestaan en opgetreden in heel Friesland.

Spektakel

Op het landgoed had zich in de loop der jaren, of eeuwen,  een aantal vaste rituelen ontwikkeld. Er moesten natuurlijk op gezette tijden bepaalde klussen geklaard worden, en men verstond de kunst dat passend te vieren: zo was het altijd een feest. Eén van die rituelen was het naar binnen brengen van de palmen en citrusbomen in oktober, en in mei vice versa. Dan werden alle beschikbare en uit de kluiten gewassen mannen opgetrommeld  en met vereende krachten werden de kuipen eerst opgehaald met de tractor van tandarts Buurma en daarna de Orangerie in getakeld. Als deze zware klus geklaard was toog men bezweet en eensgezind naar Tjaarda om er een borrel op te nemen. Of twee.

Alcohol

Ja, want nu raken we aan een probleem. Klaas was alcoholist. Hoe dat zo gekomen was? Wie zal het zeggen. “Klaas miste iets in zijn ziel”, zei Hendrik. Zoals de lezer al begrepen moet hebben was er een hechte vriendengroep rond Klaas die hun vriendschap vaak en overvloedig met alcohol vierde. De vrienden kwamen graag bij elkaar bij Hakze die bakze op de hoek van de Prins Bernhardweg en het Heidelaantje, in het centrum van Heerenveen, bij Van der Meer in Oudeschoot of in Tjaarda…

Als het trio “Pro Deo” ’s avonds een optreden had, ging Henk of Willy ’s morgens nog even langs bij Klaas om te kijken in welke staat hij verkeerde. Om hem na het optreden, ’s avonds heel laat of ’s morgens nog heel vroeg, laveloos naar huis te brengen en hem zorgzaam in bed te leggen. Ach. Alcohol maakt meer kapot dan je lief is.

Bekeerd

Klaas is voor zijn probleem opgenomen geweest in “Licht en Kracht” te Assen. Het ging een poosje goed, maar Klaas speelde het klaar om van het alcoholvrije (?) bier ‘Birella’ tóch dronken te worden. Moest hij wel een stuk of twintig flesjes soldaat maken, dat weer wel. Maar van Halbe Mulder hoor ik een ander verhaal. Het echtpaar Neelis  was tuinbaas Lolke de Vries na zijn pensionering opgevolgd als beheerder. Klaas at daar dagelijks mee en vouwde ook eerbiedig zijn handen als er voor het eten werd gedankt, hoewel hij er niets van begreep. Toen nog niet. Mevrouw Neelis had met Klaas te doen  en had hem toch vooral vermaand op te houden met zijn bezoekjes aan al die stamcafé’s.

Op een dag had Klaas dhr. Mulder toevertrouwd: “Ik bin bekeard, Halbe”, wat natuurlijk tot grote vreugde leidde en dat niet alleen bij Halbe Mulder. Dominee De Beaufort doopte hem eigenhandig in de kerk van Nieuwehorne en zo werd Klaas een christen.

Een Koninklijk graf

Op 21 augustus 2002 kwam er heel plotseling een eind aan het leven van Klaas. Hij stierf aan een hartaanval. Een paar dagen later was er juist een groot feest te zijner ere gepland: hij was 65 geworden en ook 50 jaar in dienst bij Oranjestein. Iedereen, Klaas zelf niet in de laatste plaats, had zich er erg op verheugd. Het mocht niet zo zijn.

Enige jaren daarvóór, in 2000, was dhr. De Beaufort  overleden en  bijgezet in het familiegraf op de begraafplaats van het Skoattertsjerkje. Tante Foekje die een leven lang had gediend op Oranjestein ligt daar ook, en het was Klaas’ grote wens om daar begraven te mogen worden: “Dêr wol ik ek graach in plakje ha, dan bliuwe we in bytsje by elkoar!”.

En zo geschiedde. “Claudio Berry” staat er met fiere letters op de grafsteen.
Een kleurrijk, getalenteerd en zeer bemind man keerde terug naar zijn Schepper.