STICHTING ORANJEWOUD HISTORIE

DE VIER LANDGOEDBOERDERIJEN VAN ORANJEWOUD

Hieronder de vier landgoedboerderijen die Oranjewoud nog rijk is met de geschiedenis van de eigenaren en pachters door de jaren heen.

  • 1875

    Semper Virens

    Landgoedboerderij van Klein Jagtlust, later Oranjestein

    Prins Bernhardweg 31, Oranjewoud

    Gebouwd in opdracht van Pieter Heringa Cats

De boerderij is op het perceel van de in 1875 afgebroken buitenplaats “Brouwershave” gebouwd. Eerste pachter was Auke Getzes Speerstra. Eigenaar Heringa Cats overlijd in 1880. Johannes Bieruma Oosting is erfgenaam en wordt de nieuwe eigenaar.

Nieuwe pachter in 1903: Jacob Jans Brandenburg. Agatha Victoria erft de boerderij. In 1922 wordt Luitzen Siebenga uit Oudeschoot de nieuwe pachter tot 1922 toen zoon Jelle hem opvolgde. Jelle Siebenga speelde een belangrijke rol in het verenigingsleven van Oranjewoud. Siebenga dreef de boerderij tot maart 1981. In dat jaar verkocht de eigenares jonkvrouwe Charlotte Cornelia van Sminia uit Den Haag de hoeve aan de gemeente Heerenveen. In 1981 verkocht de gemeente de boerderij aan Piet ten Hage, die er met zijn vrouw een schoonmaakbedrijf runde. In 1997 werd Arend Smilde de nieuwe eigenaar.

  • 1878

    Maria Albertina

    Landgoedboerderij van Oranjestein, van 1841-1880 Klein Jagtlust

    Prins Bernhardweg 41, Oranjewoud

    Gebouwd in opdracht van Pieter Heringa Cats

Het perceel waar deze monumentale boerderij op staat, is vanaf de 17de eeuw bebouwd. In 1878 werd de oude hoeve door de huidige boerderij vervangen. Hielke Jeltes Hornstra is pachter. De boerderij vererfde op Johannes Bieruma Oosting, een achterneef van Cats. Na zijn overlijden werd de hoeve aan Gerrit Ferdinand, het derde kind van Johannes, toebedeeld. In 1903 wordt de boerderij voor het eerste officieel “Maria Albertina” genomed. De omschrijving luidt: “boerenhuis met schuur en bijgebouwen, tuin, erf en weilanden met wijk te Oranjewoud”. Pachter Hielke Hornstra bleef tot ca. 1911 op de boerderij. Zijn dochter Dieuwke trouwde een neef, Nanne Hornstra. Tot 1928 pachtten zij de boerderij. In 1928 wordt Arjen Homme de Jong de nieuwe pachter. De Jong blijft als boer tot 1960. Zijn schoonzoon Durk de Vries kwam in 1953 in loondienst bij zijn schoonvader die hij in 1960 opvolgde.

Vanaf 1973 dreef hij de boerderij samen met zijn zoon Aebele, die later de boerderij pachtte van mevrouw Taets. Later werd jonkvrouwe A.V. de Beaufort-van Sminia eingenaresse. Tot 1994 bleef Aebele met zijn gezin op de boerderij. Onder invloed van de ruimtelijke ontwikkelingen in het naburige Skoatterwâld wordt de boerderij in 1994 verkocht. Nu bewoont de familie Van der Zee de monumentale boerderij.

  • 1907

    Donglust

    Landgoedboerderij van Klein Jagtlust, later Oranjestein

    Koningin Julianaweg 94, Oranjewoud

    Gebouwd in opdracht van G.F. (Key) Bieruma Oosting

De naam Donglust is ontstaan omdat er nooit genoeg ‘dong’ kon worden aangebracht om de schrale zandgrond vruchtbaar te maken.
Donglust diende als hofboerderij voor Klein Jagtlust. De eerste zetboer op de hoeve was Donker die al na twee jaar werd opgevolgd. Nadat Key naar Oranjestein verhuisde had hij geen hofboerderij meer nodig. Het verhaal gaat dat Oosting vanuit zijn toenmalige huis Klein Jagtlust via de glazen deur aan de oostgevel van de boerderij kon zien hoe laat de boer opstond.

De opvolger van Donker was Albert Thijs Klompmaker uit Oudehaske die in 1924 na inschrijving wordt opgevolgd door Bauke Keimpema uit Oudeschouw. Dochter Henny is in 1926 op Donglust geboren en zij neemt in 1946 met haar man Johannes (Siebenga) de boerderij over. Op zijn beurt neemt zoon Sies de boerderij over. In 2019 wordt de boerderij na lange tijd van leegstand en verpaupering verkocht aan dhr. Bob Dijksma, eigenaar van de FNP groep, die de boerderij gaat verbouwen tot woonboerderij.

  • 17de eeuw

    Pauwenburg

    Landgoedboerderij van Landgoed Oranjewoud

    Marijke Muoiwei 23, Oranjewoud (Brongergea)

    De naam “Pauwenburg” verwijst naar de oude buitenplaats die hier vanaf de 17de eeuw heeft gestaan.

De naam Pauwenburg verwijst naar de oude buitenplaats die hier vanaf de 17de eeuw heeft gestaan. Eerst verbleven hier enkele leden van de familie Van Haren, die vanwege hun functie aan het Hof ’s zomers graag in de nabijheid van het zomerverblijf van de Nassaus vertoefden. In 1759 kocht grietman Menno Coehoorn van Scheltinga Pauwenburg en gebruikte het als buitenplaats. Zijn zoon Daniël bewoonde het huis en liet het gebouw met twee nieuwe kamers uitbreiden. Daniël liet het bezit in 1816 aan zijn zoon Hans Willem senior na. Hij woonde er tot het gereedkomen van zijn grote project, de bouw van huize Oranjewoud. Hij verpachtte de boerderij aan Jelle Klazes Schotanus.

Op 25 mei 1841 werd de eerste steen gelegd voor een nieuwe gebouw dat op de fundamenten van het oude buiten verrees. Op de verbouwde boerderij kwam in 1849 zetboer Albert Jans Veenstra met zijn gezin. Bouke Siebrens Woudstra volgende hem in 1859 op. Zijn zoon Jan Baukes volgt hem in 1879 op. Jan overleed in 1899 en zijn weduwe zette het bedrijf met hun zoon Bauke Jans voort. In 1912 wordt de boerderij verbouwd door timmerman J.G. Brouwer. Uiltje Westerterp huurde toen de boerderij. Slechts van korte duur want vanaf ca. 1920 werd Sjoerd Abes de Vries pachter. Sjoerd werd omstreeks 1939 opgevolgd door zijn schoonzoon Jan Pikeboer. In 1959 verkocht De Blocq van Scheltinga het landgoed met alle boerderijen. In 1961 wordt de in slechte staat verkerende boerderij afgebroken en vervangen door een nieuw, modernere boerderij die werd gepacht door A. de Jong. Het huis naast de boerderij uit 1841 werd in 1975 afgebroken. Ook de nieuwe boerderij wachtte hetzelfde lot. In 1999 werd deze gesloopt en er verrees het huidige gebouw met dezelfde naam.

  • 1676

    Prinsenhoeve

    Landgoedboerderij van landgoed Oranjewoud

    Prins Bernhardweg 69, Oranjewoud

    In 1676 kocht Albertine Agnes de Prinsenhoeve van Barent Sevenaer.

De helaas afgebrande boerderij Prinsenhoeve, ten westen van het huidige landgoed Oranjewoud is in de 18de eeuw de hofboerderij van het zomerslot van de Friese Nassaus geweest. De naam verwijst hiernaar. Een latere opvolger diende een tijd lang als hofboerderij  van het landgoed van de Scheltinga’. Ze stond bekend als ‘de slotpleats’. Helaas is de oude hoeven in 1996 afgebrand maar gelukkig is er weer een nieuwe boerderij op deze plaats verrezen.

De geschiedenis van de boerderij gaat terug tot de 17de eeuw. In 1676 kocht Albertine Agnes de Prinsenhoeve met nog drie boerderijen van Barent van Sevenaer aan. Ondanks de ingrijpende veranderingen in het gebied bleef de boerderij staan. Ze werd in de 18de eeuw steeds verpacht. Regelmatig werden herstelwerkzaamheden uitgevoerd en in 1748 werd de Prinsenhoeve geheel vernieuwd. De hoge som die aan de restauratie werd besteed en het feit dan de hofarchitect van de Nassaus in Leeuwarden, Antony Coulon, hiervoor een ontwerp maakte, geeft aan dat de boerderij als zeer belangrijk werd beschouwd.

Vanaf 1760 huurde Jan Jansen de hoeve, tot 1785. Daarna kwam zijn zoon Pieter op de boerderij die tijdens de Franse tijd de hoeve pachtte. Hij bezat voor 1800 tien koeien, vijf rieren en drie paarden. Het aantal geeft aan dat Prinsenhoeve een redelijk grote boerderij was.

Tips of meer informatie?

Graag! Uw bijdrage is zeer welkom. Neem contact met ons op.