STICHTING ORANJEWOUD HISTORIE

KLEMBURG

De naam ‘Klemburg’, komt van het ‘Klemrjocht’. Een recht om je huis te bouwen op het land van een ander. Een soort erfpacht. Maar er waren wel wat verschillen. Het huis ‘Klemburg werd gebouwd op de grond, die gehuurd werd van de kerk. Het beklemrecht ontstond in de 17e eeuw. Beklemming functioneerde om landerijen bij elkaar te houden, omdat bij splitsing (de verkoop van een gedeelte) steeds toestemming van de eigenaar nodig zou zijn. Op deze manier was er bij vererving altijd maar één kind dat het bedrijf (in zijn geheel) overnam.

KLEMBURG

“Ouder dan al die andere pretkastelen in de omgeving”. Een uitspraak van oud-bewoner Onno Hoornweg van Rij. Maar hoe oud is ‘Klemburg’ eigenlijk, of beter gezegd hoelang is er al bewoning op deze plek?

Het meest opvallende aan het huis is de trapgevel, die volgens Mieke en Onno Hoornweg van Rij uit omstreeks 1632 dateert, toen dit pand gebouwd werd. Volgens hen stond er daarvoor een ouder pand, dat ooit werd bewoond door Onno Zwier van Haren en bij Pauwenburg hoorde. In de loop der tijd is er steeds een stukje bijgebouwd, zodat men over drie bouwfasen kan spreken.

Tijdlijn

1632
1640

Gereformeerde kerk Mildam

Uit de belastingkohieren blijkt dat ‘Klemburg’ reeds bestond en in 1640 eigendom was van de Hervormde kerk te Mildam. Vroeger werd deze de Nederduits Hervormde, of ook wel Gereformeerde kerk genoemd, maar dan in ruimere zin dan het tegenwoordige begrip ‘gereformeerd’. In 1640 was Jan Beerns huurder, in 1698 Geert Engberts en in 1788 Cornelis Sytses. Het is jammer dat de beneficiale registers van 1543 voor de Zevenwouden zo onvolledig zijn, want uit het voorgaande is haast zeker af te leiden, dat ‘Klemburg’ ook hiervoor een pastoriegoed moet zijn geweest. Dus ook vóór de reformatie. Het was toen vrijwel zeker eigendom van de parochiekerk in Brongergea en later over gegaan in eigendom naar Mildam.

In de periode van 1640 werd Klemburg verhuuurd aan achtereenvolgens: Jan Beerns (1640), Geerts Egberts (1698), Cornelis Sytses (1788) en Albertus van Delden (1794)

1793

Albertus van Delden

Van 1793 tot 1796 was Albertus van Delden huurder, waarna hij in 1797 ‘Klemburg’ koopt. Albertus van Delden was een doopsgezinde predikant uit Sneek. Hij werd in 1748 in Deventer geboren en stamde uit een koopmansfamilie. In 1773, toen hij al “de bekwame Albertus van Delden” werd genoemd, werd hij benoemd tot predikant bij de verenigde Doopsgezinde gemeente te Sneek. In 1797 ging hij met emiraat, maar reeds eerder was hij al huurder van ‘Klemburg’. Het terrein waar hij zijn huis liet bouwen, of verbouwen, was toen nog in eigendom bij de Hervormde gemeente te Mildam. Het huis komt in 1793 voor in de belastingkohieren. Hij werd ook aangeslagen als eigenaar van het bos. Albertus van Delden overleed in 1810 op zijn buitentje. Dit liet hij na aan zijn nicht Catharina Tichelaar.
1810
1845

Jessina & Margaretha Feickens

Catharina Tigchelaar overleed in 1844, haar man Barro Adema was al in 1820 overleden. Bij de verdeling van de boedel, in 1845, kregen de dochters Jessina en Margaretha Feickens de bezittingen in Oranjewoud. Margaretha overleed een jaar later in 1846. In dat jaar verkocht haar zuster het bos ten zuiden van de huidige Bieruma Oostingweg, kadastraal 264, 265 en 266, aan de toenmalige eigenaar van Oranjestein, Sjuwke Cats. In de akte stond dat de laan uit eiken bestond en dat er verder hakhout en dennen groeiden. Alt Liemburg herinnert zich nog uit zijn jeugd, dat langs de laan vanaf de Bieruma Oostingweg, zuidwaarts, tot halfweg het perceel aan weerszijden grote eiken stonden. Achter deze eiken groeide hakhout, dat toen periodiek werd gekapt. Het tweede, zuidelijke, deel was beplant met sparren, aan de oostzijde van het pad en lariksen aan de westzijde. In 1847 werden de kadastrale kavels 126 en 128 eveneens aan Sjuwke Cats verkocht.

1850
1855
1856
1871

Anne Wietzes Nijenhuis

In 1871 koopt Anne Wietzes Nijenhuis, predikant bij de Christelijk Gereformeerde Gemeente Mildam, het ‘Buitengoed ‘Klemburg’ voor fl. 7.000,- (+ fl. 410,39⁵ kosten) van de familie De Boer. In de koop dezelfde kadastrale gebieden als eerder aangekocht door deze broers. Te weten de nrs. 27, 28, 29, 30, 119 en de weg voor het huis met de bermen, die nu worden aangeduid met de nrs. 788 en 789. Alleen de broeibakken lijken te zijn verdwenen, evenals de zonnewijzer.

Op 1 december 1871 kan hij beschikken over kavel 119, op 12 december 1872 over de gebouwen en het overige op 1 februari 1872. (akte geregistreerd te Heerenveen op 2 juni 1871, deel 65, folio 168). Anne Wietzes, of ook wel Anne Tjeerd Wietzes bleef zelf in de pastorie in Mildam wonen en verhuurde ‘Klemburg’. Hij was 28 jaar lang dominee in Mildam, vanaf 1862 tot 1891. Hij woonde eerder in ’t Zand (Groningen) en was getrouwd met Wilhelmina Jans Wiersum met wie hij 5 kinderen kreeg, die in Groningen en Mildam zijn geboren: 1. Wietze Tjeerd Annes (1859 ’t Zand), Wietze was net als zijn vader gereformeerd predikant, in Oldeboorn en in Britsum. Hij was getrouwd met Trijntje Otma (22/05/1854 – 22/01/1890). Uit dit huwelijk geen kinderen. Wietze overleed op 30 januari 1922 in Assen.  Anne Wietzes Nijenhuis liet de tuinmanswoning in 1878 vervangen door een nieuwe.

Hij woonde tot 1891 in Mildam, waarna hij zich in Leeuwarden vestigde. Daar overleden hij en zijn vrouw kort na elkaar, resp. op 21 april 1894 en op 18 mei 1894.

1883

Pieter Annes Nijenhuis

Zijn tweede zoon Pieter werd in 1883 boer op ‘Klemburg’/’Hoeve Klemburg’ en ging zelf op het buitengoed wonen. Hij zou hier tot 1920 wonen. Eerst als huurder, daarna als eigenaar. Hij verkreeg het landgoed door toedeling blijkens acte van scheiding, destijds opgemaakt op 2 januari 1895 bij notaris Andries Andringa. Bij uittreksel overgeschreven ten Hypotheekkantore te Heerenveen op 22 januari 1896 in deel 480, nr. 28. Pieter was geboren in Mildam, op 20 mei 1864 en stierf op 20 juni 1920 te Brongergea. Van beroep was hij boer. Hij trouwde op 8 oktober 1896 in Heerenveen (Schoterland) met Jeltje Fokkes Hijlkema (29-09-1867 tot 03-07- 1938). Ze kregen geen kinderen.

In 1901 werd de functie van tuinmanswoning veranderd in boerenbedrijf. Pieter Annes liet in 1911 voor deze boerderij een nieuwe woning bouwen door timmerman W. Dam uit Katlijk. De boerderij wordt dan ‘Hoeve Klemburg’ genoemd. Bouwsom 4.000 gulden. (Kadastraal: Mildam A nr.788) Het huwelijk tussen Pieter Annes en Jeltje Fokkes werd aangegaan buiten elke gemeenschap van goederen, maar Pieter had wel een testament opgemaakt waarin werd vastgelegd, dat zijn vrouw na zijn overlijden recht op het vruchtgebruik van zijn vastigheden had. In dit testament, dat op 4 april 1908 werd opgesteld bij notaris van Beijma thoe Kingma, staat het als volgt omschreven: “Ik legateer vrij van Successierecht, aan mijne echtgenoote Jeltje Fokkes Hijlkema het levenslang vruchtgebruik mijner nalatenschap en onthef haar van de verplichting om voor dat vruchtgebruik eenige zekerheid te stellen”. Jeltje Fokkes heeft na de dood van haar man nog 18 jaar van dit vruchtgebruik kunnen genieten. Ze overleed op 3 juli 1938 te Doornspijk.

1939

Na het overlijden van Jeltje werd ‘Klemburg’, met zijn landerijen geërfd door de 4 broers en zuster van Pieter, of bij overlijden van een van hen door hun kinderen. Zij hebben op 23 december 1939, bij notaris Arend Hoek te Schiedam, een akte van boedelscheiding laten opstellen. Uit deze akte blijkt, dat naast ‘Klemburg’ een boerenhuis met schuur, erf en weilanden onder Brongergea en Mildam te verdelen waren. (Blijkens processen-verbaal van veiling en toewijzing resp. 29-12-1904 en 12-01-1905 door Notaris Beijma thoe Kingma te Heerenveen).

Het zuidelijkste deel van het perceel 119, vanaf en met inbegrip van de berg had Pieter Annes al in 1907 voor f. 700 verkocht aan Andreas Willem Tjaarda. In de akte worden deze erven beschreven als: 1. Gesina Wilhelmina Annes Nijenhuis voor 50% En de kinderen van Hinkinus: 2. Den heer Anne Wietze Tjeerd Nijenhuis, predikant, wonende te Geleen voor 10% 3. Mevrouw Jantje Wagenaar-Nijenhuis, particuliere, wonende te Willemstad, voor 10% 4. Den Heer Wietze Tjeerd Pieter Nijenhuis, arts, wonende te Schiedam voor 10% 5. Den Heer Gerard Ali Nijenhuis, koopman, wonende te Middelburg voor 10% 6.

Mejuffrouw Wilhelmina Gesina Nijenhuis, onderwijzeres wonende te Arnhem voor 10%.

De erven Nijenhuis houden ‘Klemburg’ tot 1955 in bezit, maar gaan er zelf niet wonen. Ze verhuren ‘Klemburg’ en de boerderij tijdens deze periode.

1955

Marius Johannes Popma

Op 6 oktober 1955 verkopen de nog levende erfgenamen van Pieter Annes Nijenhuis het buiten ‘Klemburg’ aan Marius Johannes Popma, koopman uit Heerenveen voor 30.000 gulden. Op dat moment omvat het buiten: Het woonhuis ‘Klemburg’ met een daarbij gelegen boerenhuizinge met bijgebouwen, erf en landerijen, staande en gelegen te- en onder Brongerga, kadastraal bekend gemeente Mildam, sectie A nummers: 27, 28, 428, 788, 789, 1250, 1297, 1298 en gemeente Knijpe sectie A nummers 530, 1721, 1722, 532, 1643, 529 en 1720, ter gezamenlijke grootte van 9.82.50 ha. Popma gaat zelf niet op ‘Klemburg’ wonen, maar verhuurt de panden en de landerijen. In 1966 wordt ‘Klemburg’ op de lijst van Rijksmonumenten gezet. Op 15 maart 1968 verkoopt Popma ‘hoeve ‘Klemburg’ voor f. 30.000 aan Hendrik Kramer, die het al vanaf 1960 van hem huurde. In 1969 liet Popma, door aannemer Douma uit Heerenveen een garage bij ‘Klemburg’ bouwen.

1972

Tips of meer informatie?

Graag! Uw bijdrage is zeer welkom. Neem contact met ons op.