STICHTING ORANJEWOUD HISTORIE

WOUDA'S ZADEN

Op deze pagina de geschiedenis van Wouds’s zaden, dat zijn wortels in Oranjewoud heeft in ‘drie delen’. Een  krantenartikel uit 1949 het jaar dat Wouda al reeds 70 jaar bestond, een deel uit het boek ‘Wouda een Schoterlands geslacht’ door Bote Knol en tot slot een interview door Jacob Drost met dhr. Gerke Wouda te Tjerkgaast op 15 maart 2020.

Krantenartikel dat verscheen bij het 70-jarig bestaan van Wouda’s zaden.

70 JAAR ``G.J. WOUDA FRIESCHE ZAADHANDEL N.V.``

„Wouda’s Zaden sinds 1879″, zo leest men op één der gebouwen van het bedrijf te Oranjewoud op de hoek van de Burg. Falkenaweg en de Koningin Julianaweg tegenover het witte huisje (het tolhuis, owh.), waar de zaadhandel van de familie Wouda is’ gevestigd.

Uit dit opschrift blijkt dus al dat het jaar 1949 voor dit bedrijf een jubileumjaar is, of liever gezegd, dat in dit jaar weer een mijlpaal is bereikt, waarbij men graag eens achter zich kijkt, om nog eens in het verleden te zien. Om de pers de gelegenheid te geven eens iets over de geschiedenis van dit bedrijf te vernemen, heeft de directeur, de heer S. Wouda in een bijeenkomst uit de historie van deze zaadhandel enige bijzonderheden medegedeeld.

Voor de 'loods' aan de Heidelaan (1919) vlnr: in de deur Gerke Jochems Wouda met Sietse Gerkes, Luitzen Jochems Wouda, Meintje Toxopeus, Wieger Shcaap, Ido Funke, Anne de Boer, Jetze de Wolf, Dirk Talsma, Grietje Gerkes, Jochem Luitjens Wouda, Marie Toxopeus. Achter het venster Jetje Gerkes.
In de tuin aan de Heidelaan. (ca. 1920) Vlrn: JHochem Luitjens Wouda, Jacob Toxopeus, Meintje Wouda-Jongsma, Jeltje J. Wouda, Meintje Toxopeus, Trijntje Toxopeus-Wouda, Marie Toxopeus en Jochum Toxopeus.
Jochem Luitjens Wouda en Meintje Botes Jongsma in ca. 1910

De stichter van het bedrijf is geweest de heer Jochum Wouda, die afkomstig was uit IJlst, waar hij werkzaam was in het timmervak. In het jaar 1876 kwam hij naar Oranjewoud, vestigde zich aan de Heidelaan en begon daar in de herfst van 1879 met tuinderij, het kweken van groenten en het winnen van zaad. De kwekerij was echter in die beginjaren hoofdzaak; de zaden werden betrokken uit Enkhuizen, van ouds de bakermat der zaadhandel in ons land. Het was in die jaren de tijd van de „blauwe pûde”, hetgeen wil zeggen, dat de marskramers er op uit trokken met hun waar op de rug. Ook de heer Jochum Wouda behoorde bij die marskramers en zo bezocht hij zijn clientèle en daarnaast ook de week- en jaarmarkten.

Zijn zoons Gerke, Bote, Sietze en Luitzen hielpen toen reeds in het bedrijf. De prijs van de pakjes zaad was in die jaren nog niet dik, vooral niet, vergeleken bij thans. De prijzen varieerden van 1, 2 tot 2,4 cent per pakje en de zaden waren gewikkeld in krantenpapier en niet zoals thans in aparte, eventueel fraai gekleurde zakjes met opdruk. Gezien de lage prijzen per pakje kan men ’n marktverkoop van f 40 per dag, zoals toentertijd in Gorredijk werd bereikt, dan ook wel als een zeer goede dag aanmerken.

In die jaren werkte men natuurlijk ook heel anders dan nu. Het is wel voorgekomen, dat er in de namiddag nog plotseling een spoedbestelling naar bijvoorbeeld Echtenerbrug moest worden gebracht en men ging daar dan nog te voet naar toe.

In 1906 werd de zaak gesplitst. Gerke Wouda nam de zaadhandel over, Bote zette de kwekerij voort. De andere twee zoons waren inmiddels reeds uit de zaak getreden. In hetzelfde jaar, dat Gerke de zaadhandel in handen kreeg, werd er nog al het een en ander veranderd. Het oude marktsysteem werd afgeschaft en omgezet in een corps agenten, die hoofdzakelijk in Friesland, doch ook wel daarbuiten woonden (plus minus 100 in in getal). Dit bracht met zich mede, dat men in vele opz cfiten gemakkelijker kon werken. In 1906 werd ook begonnen met de uitgifte van een prijscourant. Tevens werd de zaak uitgebreid, wat betreft het personeel. Er zat nu gang in het bedrijf.

In 1915 meende de heer Wouda dat er eens wat nieuw bloed moest worden toegevoegd en er kwam een man, die zich op het gebied der zaadhandel, zowel wat de kwekerij als de expeditie betrof gespecialiseerd had. Deze, de heer Th. de Roos, verdween in latere jaren, maar inmiddels was de heer D. Talma in diens voetporen getreden en sinds 1916 is deze de deskundige man en thans als bedrijfsleider werkzaam.
In 1919 werd de zaadhandel verplaatst van de Heidelaan naar de plaats waar ze thans nog is gevestigd.

Grote uitbreidingen na 1920

In dit jaar moest er ook een grote uitbreiding van gebouwen en terreinen plaatsvinden en dat gebeurde dan ook. Tussen de beide wereldoorlogen werden op het nieuwe terrein vier aparte gebouwen gesticht met pakhuizen, expeditieruimte en zaaddrogerij.

Het aantal kwekerijcomplexen in Oranjewoud en omgeving werd gebracht op vier. Het agentencorps werd zodanig uitgebreid, dat men nu bijna in elk plaatsje in ons land een agentschap heeft. Vanzelfsprekend hield de uitbreiding van administratief en kwekerijpersoneel gelijke tred met de vergroting van het bedrijf. Op hoogtijdagen werkt men vaak met 16 mensen op het kantoor en een 30 man op de kwekerij. Maar deze cijfers zijn in een bedrijf als dit natuurlijk nimmer constant.

Bij de vele verbeteringen die de heer Gerke Wouda in zijn bedrijf heeft ingevoerd, dient ook nog te worden vermeld dat hij overging tot het stichten van een eigen drukkerij voor het bedrukken der zaadzakjes. Een drukker vindt hier een volledige dagtaak. De firma Wouda heeft zich niet alleen beperkt tot de handel in zaden. In het begin der crisisjaren, in 1928, toen er vraag kwam naar goede pootaardappelen van de klei, legde men zich ook op deze handel toe. De aardappelen werden van de kleigebieden direct naar de afnemers geëxpedieerd. Later, in 1939, heeft men deze expeditie zelf in handen genomen en is het een belangrijk onderdeel van dit bedrijf geworden, naast de verkoop van bloem-, tuinbouw- en fijnere landbouwzaden. Met de grove landbouwzaden, zoals rogge en haver, heeft men zich weinig bemoeid.

Ook in het buitenland had men voor de oorlog zijn contactpunten en wel in België, waar in Deurne een agentschap was gevestigd. In 1934 begon men dit land zelf te bereizen, wat door de oorlog weer onmogelijk werd. Thans is men bezig deze relaties weer aan te knopen.

In Juli 1939 overleed de heer Gerke Wouda; de zaak werd door zijn enige zoon Sietze voortgezet. In 1941 is het bedrijf omgezet in een N.V.. Een eigenaardigheid met een bedrijf als dit is, dat niet wordt geleverd aan grossiers en groothandelaren, maar direct aan de kleine verbruiker. Het is dus als het ware een detailhandel, maar dan wel heel erg in het groot.

Een belangrijke vraag in onze tijd is, of er ook geëxporteerd wordt en ook op dit gebied spreekt de firma Wouda een woordje mee. Er worden bloembollen, pootaardappelen en zaden geëxporteerd naar Engeland, België, Frankrijk, Duitsland en Zuid-Afrika. Dit is dus in het kort een beeld van een bedrijf, dat uit een heel bescheiden begin is gegroeid tot een zaak van naam ook buiten onze landsgrenzen.

Uit het boek “Wouda een Schoterlands geslacht”, geschreven door Bote Knol):

WOUDA EEN SCHOTERLANDS GESLACHT

  • door Bote Knol

De stichter van het bedrijf is geweest de heer Jochum Wouda , afkomstig uit IJlst, waar hij werkzaam was in het Timmermans vak. In het jaar 1876 kwam hij naar Oranjewoud, vestigde zich aan de Heidelaan en begon daar in de herfst van 1879 met tuinderij, het kweken van groenten  en het winnen van zaad. De kwekerij was echter in die beginjaren de hoofdzaak; de zaden werden betrokken uit Enkhuizen, van ouds de bakermat der zaadhandel in ons land.

Jochem Wouda, een afstammeling van een redelijk welgestelde boerenfamilie, met als stamvader Tiaerdt Tiaerts, geboren ongeveer 1525 te Olde Schoten. De latere afstammelingen hiervan hebben ook in Schoterwoud (Oranjewoud) gewoond zoals  grootvader Gerke Gabes.

Het bijzondere is dat dus deze afstammelingen waarschijnlijk, eigenlijk met zekerheid vast te stellen, regelmatig geconfronteerd werden met de Friese Nassau’s, die regelmatig op hun paleis te Oranjewoud verbleven in de periode van 1676 tot 1791. Mogelijk hebben er ontmoetingen plaats gevonden of mochten zij agrarische producten aan het paleis leveren.

Na een lange periode van welstand gaat het met het voorgeslacht van Jochem Wouda maatschappelijk snel bergafwaarts en belandt in de 19e eeuw in het arbeidersmilieu.  Zoals de vader van Jochem, Luitjen Gerkes Wouda. (lees meer >)

De bedrijfsgebouwen van Wouda's Zaden in 1956

Beginperiode aan de Heidelaan

De arbeider Jochem Wouda nestelt zich met zijn vrouw en 3 jongens in de Heidelaan. Het verhaal wil, dat de ondernemende 33-er in een week zijn huisje klaar heeft.

Zwager Johannes Jongsma helpt hem met de bouwwerkzaamheden. Het meeste materiaal schijnt met de bok (een soort praam) vanuit Ijlst te zijn aangevoerd door de zogenaamde “Heidewijk”. Een gegraven veenwijk langs de Heidelaan waarover Jochem later ook zijn producten aan- en afvoerde. Deze wijk stond in verbinding met de Schoterlandse Compagnonsvaart. Naar onze huidige maatstaven gemeten is het tempo waarin hier gebouwd werd, bijzonder hoog. Nu behoeft ons dat op zichzelf niet te verwonderen, want Jochem wist wel wat werken was. Voorts dient in acht te worden genomen, dat hij geen riante villa of een luxe bungalow deed verrijzen. Het was een nederige maar nette arbeiderswoning met een klein beetje ruimte. (zie foto) Het was een laag huisje, met fundamenten van nauwelijks drie steenlagen diep. De afmetingen waren: ongeveer 4 meter breed, 8 meter lang en 2 meter hoog tot aan de dakgoot. Naast het huisje lag een stuk tuingrond en hierop begon hij groenten te kweken. Veilingen waren er nog niet en zijn product zal naar alle waarschijnlijkheid wel op de tafels van de Heerenveense burgerij zijn terechtgekomen. Na vier jaar ontwikkelt zich de zaadhandel.

Heidelaan 17, zoals het oorspronkelijk is gebouwd door Jochem L. Wouda in 1874.

Jaarlijks, begin maart, verschijnt in het  “Nieuw Advertentieblad”  de volgende advertentie (deze is van 8 maart 1879):

De ondergetekende betuigt door dezen zijn opregten dank, voor het vele vertrouwen en de begunstiging hem ten vorige Jare geschonken; hij beveelt zich ook nu wederom minzaam aan, en geeft de verzekering, dat het steeds zijn streven is, om tegen alle Concurreerende Prijzen, de beste en vertrouwbaarste Zaden te leveren.

Vanaf 8 maart staat hij elke Zaterdag op het Heerenveense Dragt, op de stoep bij de Heer E.M. de Vries, naast den Heer Mollema, uitgestald, en vanaf 19 maart elken Woensdag te Gorredijk bij het telegraafkantoor, waar bij hem zijn te verkrijgen alle Tuin-, landbouw- en bloemzaden en in het begin van April weer flinke vroege bloemkoolplanten, zolang de voorraad strekt.

J. Wouda, Oranjewoud.

Aankoop aangrenzende woning met grond

Het jaar 1883 is een zeer bewogen jaar voor het gezin. Vreugde en verdriet  wisselen elkaar af. De 3e juni wordt zoon Gerke geboren, maar terwijl moeder Meintje nog in het kraambed ligt, sterft het jongste dochtertje Johanna Korneliske (6 juni). Wat een schril contrast, doch het leven gaat verder.

Op de 9e mei van het jaar 1885 “des avonds ten zes ure” verschijnt koopman Jochem Wouda voor de notaris J.F. Ninaber van Heerenveen om in het logement Tjaarda in Oranjewoud de koopacte te tekenen, waarbij eerstgenoemde eigenaar wordt van  ‘een arbeidershuizinge’ met bouw- en weiland in Oranjewoud gelegen, kadastraal bekend Gemeente Knijpe, Sectie B, nummers 1340,1386 en 1387 te zamen groot 39,20 are voor de koopsom van 617 gulden. (het betreft deels het huidige perceel Heidelaan nr. 15) Verkopers zijn de erven van der Brug. De koopman Wouda had het perceel bouwland reeds in huur voor vijftien gulden per jaar. Het grensde aan zijn reeds in 1874 verworven stukje grond.

Hij had alle belang bij dit land maar wilde er nu ook weer niet al te duur aan. Het leek hem daarom verstandiger zelf niet te bieden, maar dit aan een stroman over te laten. Deze stroman kreeg opdracht net als de overige gegadigden gewoon door te bieden, maar hij moet daarbij wel op Jochem Wouda letten. Want zolang deze zijn pijp in de mond hield bleef hij nog geïnteresseerd, nam hij zijn pijp uit de mond, dan moest het bieden worden gestaakt. Dit soort grappen haalde onze kweker wel vaker uit en zijn tijdgenoten moesten toegeven, dat hij echt wel iets goochemer was dan de rest, waarom hij ook wel “bitûfte Jochem” genoemd werd.

Actief evangelist en hulpverlener

Waar de koopman Wouda verscheen met zijn zaadhandel, daar verscheen ook vaak de evangelist Wouda, die in alle eenvoud maar met een diepe overtuiging ook geestelijk zaad uitstrooide. Dat hij daarbij op verzet van de zijde van Domela’s volgelingen stuitte, behoeft geen betoog. Behalve

Behalve individueel geschiedde dit evangelisatiewerk ook in georganiseerd verband. Hij was o.a. zeer betrokken bij de gereformeerde Zondagschoolvereniging “Jachin”. Met name in de Zuid-Oosthoek van Friesland heeft hij meegeholpen met het oprichten van zondagscholen.  Het gedenkboek van “Jachin”  beschrijft de armoede als volgt:

“De kinderen zijn meestal uit de armste gezinnen afkomstig, zodat de Zondagschool zeer behoeftig is en dringend steun nodig heeft, die haar door broeder Wouda naar vermogen rijkelijk verleend wordt”.

’s Winters ging broeder Wouda daarvoor op reis om in de grote steden in Holland te collecteren. Hij ging dan naar predikanten en andere invloedrijke personen aan wie hij adressen vroeg en aanbeveling voor zijn werk. Hij logeerde dan meestal in pastorieën of bij hoofden van scholen en bleef zo een hele week weg. Naast geldelijke bedragen kwamen er ook grote pakken kleding en linnen- en beddegoed in Oranjewoud. Zo tegen de kerstdagen puilde de kleine achterkamer van zijn woning in de Heidelaan bijna uit. Zijn vrouw had het dan zeer druk met de ontvangst, de tijdelijke opslag en de sortering. En Jochem distribueerde het dan per slee naar de “Companije”. Tot slot dient te worden vermeld dat Jochem Wouda zich met hart en ziel heeft ingezet om een Christelijke school in Heerenveen van de grond te krijgen. In 1888 kon in Heerenveen de betrekkelijk kleine school met ongeveer 100 leerlingen geopend worden.

Vanaf 1888

De jongens worden al kloeke medefirmanten in de zaadteelt en zaadhandel. Maar ja, zo gaat het meestal, als je wat aan hen hebt, komt de “dienst” er tussen.

Bote wordt soldaat in Leeuwarden. Gelukkig blijven Sijtze en Luitzen over. In zijn diensttijd krijgt Bote vaste verkering met een zekere Aafke Schaaf, dienstbode te Leeuwarden. Na zijn diensttijd gaat Aafke mee naar Heerenveen. Zij dient daar eerst bij Piet Smilde en daarna nog drie jaar tot aan haar huwelijk in 1894 bij de dames Braaksma te Heerenveen. Van 1890 – 1894 assisteert Bote zijn vader weer op de tuin aan de Heidelaan. Zijn broer Sijtze gaat op een gegeven moment werken op een kwekerij te Berkel Rodenrijs te Zuid Holland en trouwt aldaar met de dochter van zijn baas. Ook broer Luitzen gaat trouwen en stopt bij zijn vader op de kwekerij en gaat elders aan de slag. De altijd bezige Jochem verliest gelijk 2 knechten. Daarnaast begint Bote een eigen groentekwekerij aan de Krukmanslaan, naast het voormalige hotel Weener in Oranjewoud. Aldaar wordt  op 26 januari 1895 het eerste kleinkind Meintje Botes Wouda geboren.

De zaadhandel van Jochem ontwikkelt zich gunstig en de kwekerij voorziet het nu nog 5 leden tellende gezin eveneens in het levensonderhoud. De koe in de kleine stal achter het huis wordt door moeder Meintje gemolken, die ook zelf karnde.

Zo ongeveer rond de eeuwwisseling komt de oude beppe Jetje – ja zeker, die van de bollenkorf nog altijd – bij hun inwonen. Ze bewoonde een oud huisje achter in de Heidelaan, maar kon zich niet meer alleen redden. In 1904 overlijdt zij op 84-jarige leeftijd en wordt op het kerkhof in Oudeschoot begraven.

De volgende generatie in de zaadhandel

In 1908 draagt Jochem aan de inmiddels jongste zoon Gerke de zaadhandel over. Wel blijft hij ’s winters Gerke nog helpen en Bote in de overige jaargetijden op diens kwekerij aan de Krukmanslaan.

In 1927, nog steeds werkt Jochem een beetje mee in de zaadhandel komt hij te overlijden. Enige dagen later lezen we in de Hepkema krant, dat hij op 27 januari 1927, des morgens te ruim 4 uur in volle vrede, zacht en kalm is ontslapen. Hij wordt begraven bij de vaderen te Oudeschoot. De oude weduwe  heeft nog enige tijd in de Heidelaan gewoond en verhuisde in 1932 naar de door zoon Sijtze aan de Rijksstraatweg gebouwde burgerwoning.

Gerke Jochems Wouda ca. 1935
Sibbeltje Faber ca. 1915

Gerke nam op 25 jarige leeftijd in 1908 dus het bedrijf over. Hij had zich al behoorlijk in het zaadtelers- en handels vak ingewerkt. In zakelijke aanpak was er een groot verschil tussen vader en zoon. De oude Jochem bezocht de week- en jaarmarkten in de naaste omgeving, was meer regionaal misschien nog provinciaal georiënteerd. Met een blauwe linnen “Pûde” op zijn rug trok hij er ’s morgens vroeg op uit, soms uren gaans. De zaden betrok hij grotendeels uit Enkhuizen, de bakermat van de gereformeerde zaadtelers. De kleinverkoop had plaats volgens de primitieve levenswijze van toen. Al naar behoefte van de klant werd voor twee cent, of voor een halve stuiver in een oude krant gevouwen en het laat zich denken, dat op die manier de omzet niet direct in de tientallenguldens liep. De jongens van Jochem hebben meermalen vele tientallen kilometers te voet afgelegd om spoedbestellingen uit te voeren. Jochems handel moet dan ook van bescheiden omvang zijn geweest.

De jonge Gerke wil de zaak direct flink aanpakken. Als goed koopman is zijn streven gericht op omzetvergroting. Een oproep om agenten in diverse bladen heeft succes. Ruim 100 mensen vormen van nu af aan de schakel tussen de gebruikers en de zaak in Oranjewoud. De opslagruimte in het achterkamertje van het huis aan de Heidelaan blijkt weldra ontoereikend te zijn. In de herfst van 1908 legt Gerke zijn oudste broer Bote zijn uitbreidingsplannen voor. Er wordt een pakhuis gebouwd achter het kleine huisje aan de Heidelaan. (zie foto)

De omzet over Gerke’s eerste boekjaar 1908-1909 aan verkopen op rekening bedraagt circa 950 gulden. Het jaar 1910 is aanmerkelijk beter voor de jonge zaadhandelaar en de omzet is verdrievoudigd. In 1918 is er al sprake van een omzet van circa 103.000 gulden en een bedrijfskapitaal van een dikke 14.000 gulden.

Met de omzetstijging breidt ook de personeelsbezetting zich uit. In de seizoendrukte zijn soms 5 man dag aan dag in touw. (periode eerste 10 jaar dat Gerke eigen baas is). In 1915 wordt een expert op het gebied van de zaadteelt naar Oranjewoud gehaald. Deze man – Theunis de Roos – brengt het personeel nieuwe inzichten bij en onder de vaklui die hij kweekt, moet Durk Talsma genoemd worden, die in 1916 bij Wouda in dienst treedt en in 1965 nog bedrijfsleider is. Het aantal agenten is inmiddels de 500 gepasseerd en daarmee de omzet verder gestegen, zodat een nieuwe uitbreiding noodzakelijk blijkt.

In 1919 koopt Gerke een perceel grond tegenover het voormalige  tolhuis , hoek Rijksstraatweg – Kon Julianaweg, waarop Gooitzen Brouwer een woonhuis met bedrijfsgebouw voor Gerke Wouda bouwt, wat hem op ongeveer 9.500,00  komt. Er is met recht sprake van een stormachtige ontwikkeling in 10 jaar tijds. De volgende 20 jaar gaat het ook steeds crescendo. Wij noemen slechts de opkomende pootgoedhandel, het aankweken van relaties in het buitenland: Duitsland, België, Frankrijk, en Zuid-Afrika. Vooral bloembollen blijken een zeer gewild exportartikel te zijn.

Hoewel de crisisjaren ook in de zaadhandel verre van rooskleurig zijn, weet Gerke Jochems niettemin zijn bedrijf nog meer uit te breiden. Omzetvergroting blijkt – uiteraard – naast het leveren van kwaliteitsproducten, hoofddoel te zijn. En dat betekent meer mensen op de weg: zelf in deze jaren worden nieuwe reizigers aangesteld. Dat betekent alweer: uitbreiding van de opslagruimte!

In juni 1939 wordt Gerke door een hersenbloeding getroffen. De 4e  juli 1939 blijft een verslagen familie Gerke Wouda achter; aan een naar menselijke maatstaven gemeten nog veelbelovend leven, dat in korte tijd – 56 jaar –  toch gezegend mocht heten, is een einde gekomen. Hij wordt te Oudeschoot begraven.

De zaak wordt voortgezet door zijn enige zoon Sietse en de zeer gewaardeerde bedrijfsleider Jochem Botes Wouda. Na de bevrijding wordt de N.V.-vorm gekozen onder de naam “G.J. Wouda N.V.”, de Friesche Zaadhandel Oranjewoud.

Interview met Gerke Wouda te Tjerkgaast op 15 maart 2022

INTERVIEW MET GERKE WOUDA

  • door Jacob Drost

Gerke (geb. 30 maart 1947) is de oudste zoon  van 4 kinderen van Sietse Wouda en Sipkje Hoekstra. De volgende broer en zusters:

Albert geb.26 febr. 1949 (is overleden)

Jeltje geb. 5 juli 1950 (is overleden)

Sibel Christine geb. 13 september 1951

De vier kinderen zijn geboren in de woning die grootvader Gerke in 1919 heeft laten bouwen op de hoek Burg. Falkenaweg en Julianaweg, schuin tegenover het nog bestaande tolhuisje. Dit gedeelte viel eerst onder Oranjewoud en later Heerenveen.

De bedrijfsgebouwen van Wouda's Zaden in 1956

Na het overlijden van Gerke Wouda in 1939 wordt het bedrijf door zijn enige zoon Sietse voortgezet. Sietse gaat welvarend te werk en de inmiddels onder N.V. vorm gekozen naam G.J. Wouda N.V. groeit gestaag. Op genoemde locatie hoek Burg. Falkenaweg / Julianaweg vindt regelmatig uitbreiding van bedrijfsgebouwen plaats. Zo komt er een speciale ruimte met ketel erbij voor de drogerij van de zaden. Dit pand had de bijnaam, mogelijk door de vorm, “Zeppeling” Sietze was iemand die constant bezig was om zaken binnen het bedrijf te verbeteren c.q te vernieuwen. Hij had veel ideeën, die deels werden uitgevoerd en niet allemaal even winstgevend waren. Doch vooral in zijn beginperiode zat er veel expansie in het bedrijf. Met name de export naar het buitenland vooral  Amerika nam toe.

Inmiddels ergens begin zestiger jaren werd het pand van de drukkerij van de Hepkema krant aan de stationsstraat aangekocht. (de Hepkema krant verhuisde naar Leeuwarden). Een deel van de inventaris zoals de grote drukpers was bij de koop inbegrepen, deze moest geheel gedemonteerd  worden. Op deze toegevoegde locatie aan de stationstraat werd vooral het selecteren en distribueren van de zaden verzorgd. Hier werd een van de ideeën van Sietse ontwikkelt, namelijk de zaden, o.a. graszaad, verwerken in kapok matten. Dit vond plaats in  samenwerking met het bedrijf Borkent in Heerenveen. Dit bedrijf was  gespecialiseerd in het verwerken van kapok in matrassen e.d. Borkent leverde ook de machine die nodig was om de zaadmatten te produceren. Samen met de machine werd ook de machinist van Borkent door Wouda in dienst genomen, de heer Oost. In het begin van de productie kwamen er nogal wat kinderziektes naar boven. Om één en ander aan de machine te verbeteren werd tijdelijk een zwager van Sietse (machinist uit de grote vaart) gevraagd om hiervoor tekeningen te maken. Deze zwager kwam met zijn vrouw tijdelijk te wonen op de tot appartementje ingerichte zolder van de stenen loods naast de woning van de fam. Wouda. Na een korte periode in dienst van Wouda kreeg zijn zwager een baan aangeboden als machinist bij de elektriciteit centrale te Groningen.

Ook één van de speerpunten van de handelsgeest van Sytse was het oprichten van depots en winkels verspreid in Nederland. Er werden panden aangekocht zoals in Voorthuizen, daarnaast werden contracten gesloten met franchise winkels. Het transport van de producten vanuit Heerenveen werd verzorgd door de firma Tuxam. Naast de inpak afdeling aan de stationsstraat  werd ook samen gewerkt met de sociale werkplaats “De haven”.

Nog een mooi voorbeeld van een creatief idee van Sietse was op de eerder genoemde graszaadmatten de Amerikaanse vlag laten drukken. Dit was actie in kader het 700 jaar bestaan van   Amerika en dus een exportproduct naar Amerika.

Op een gegeven moment stagneerde de groei van de zaadhandel. Dit was een gevolg van het minder verkopen van o.a. groentezaden vanwege de opkomst van de supermarkten, waar allerlei groenten werden aangeboden. Hierdoor werd er steeds minder in de particuliere tuintjes groenten verbouwd.   Zo ontstond het idee bij Sietse om naast de zaadhandel te starten met een tuincentrum op de locatie hoek Burg. Falkenaweg / Julianeweg. Er werd o.a een grote kas gebouwd. En tevens kwam er een aanbod van diverse soorten bomen, struiken en bloemen en overige producten voor de particuliere sector.

Onder de vlag van Smilde Holding werd in 1977 het bedrijf Wouda voortgezet, naast het bestaande tuincentrum, werd ter aanvulling Andries Visser tuinwinkels B.V. te Steenwijk aangekocht. In 1984 werd geconstateerd dat de uitgedachte reorganisatie niet het gewenste resultaat had gegeven. de zadensector was gesaneerd, maar dit had niet geholpen om Wouda weer winstgevend te maken. De verliezen bleven en verbeteringen waren niet te verwachten. Na de verkoop van de tuinwinkels werd ook de zadengroothandel verkocht, maar het tuincentrum bleef individueel verlies lijden. Toch bleef Smilde nog enige tijd onderzoeken hoe deze laatste activiteit van Wouda binnen de Smilde Holding weer enigszins rendabel te maken. Pas in 1992 viel het doek definitief en verkocht het Smilde- concern ook het tuincentrum.

Eind zestiger, begin zeventiger jaren werden de beide zonen Gerke en Albert ook betrokken bij de werkzaamheden binnen het bedrijf. Albert ging werd toegevoegd en kreeg geleidelijk de  leiding over de productie en Gerke hield zich meer bezig met handel. Helaas op gegeven moment gingen  langzamerhand de zaken minder, met diverse redenen. Eén ervan was de contractvorm met de afnemers, het zogenaamde  “Recht van Retour”. Dit hield in dat wanneer de afnemers producten overhielden, ze dit weer kosteloos konden retourneren naar Heerenveen. Door deze afname van het resultaat werd de heer Dirk Smilde (directeur van firma gebr. Smilde) door Sietse benaderd en benoemd tot commissaris. Deze ervaren ondernemer heeft het bedrijf van Wouda geïnventariseerd. Uiteindelijk heeft dit, mede door het overlijden van Sietse Wouda,  geleid tot verkoop van het fam. bedrijf Wouda Zaden aan Smilde Holding.

Tips of meer informatie?

Graag! Uw bijdrage is zeer welkom. Neem contact met ons op.